Geschiedenis

Geschiedenis van de synagoge

De eerste joden vestigden zich in Alkmaar rond 1613. Alkmaar was een van de eerste plaatsen in Holland waar joden zich vrij konden vestigen en in vrijheid hun religie konden praktiseren. Alkmaar heeft een unieke band met de joodse gemeenschap.
In 1744 vindt de eerste sjoeldienst plaats in Alkmaar. De dienst wordt gehouden in een woonhuis aan de paternosterstraat “voorbij ’t Hoge Huis”.
Daarna vinden er nog sjoeldiensten plaats in vijf andere woonhuizen in Alkmaar.
In 1792 bestaat de joodse gemeente uit 17 gezinnen en men besluit nu een huis in te richten als synagoge aan de zuidzijde van de laat, nabij de bloemstraat.
De joodse gemeente kocht dit huis en sprak af met de 17 gezinnen dat men gezamenlijk ƒ 4,- per week moest opbrengen zodat de schuld kon worden afbetaald. Evengoed was dit een zeer zware belasting voor de 17 gezinnen.
In 1811 woonden er in Alkmaar 81 joodse gezinnen.
Aankoop Synagoge Hofstraat
In 1808 kocht men het pand in de hofstraat en verkocht het toch wel in slechte staat zijnde gebouw aan de bloemstraat.
Het pand in de hofstraat werd ingericht als synagoge, geleidelijk breidde de gemeente zich uit en in 1826 werd er een nieuwe voorgevel aangebracht, de synagogeruimte werd verbreed door middel van een
tongewelf en een galerij voor vrouwen.
Het gebouw kreeg toen het uiterlijk die het nu nog steeds heeft.
Op de bovenlijst van de voorgevel stond in het hebreeuws de tekst van de profeet Haggai:
“De heerlijkheid van dit laatste huis zal groter worden dan van het eerste…”
Gebouw
Voor Noord Holland en de plaats Alkmaar is dit gebouw uniek, het gebouw bestaat uit een synagoge ruimte, een cheider (school voor joodse kinderen waar joodse lessen gegeven worden), een rabbijnenhuisje en een mikwe (ritueel bad).
Tot vijf maart 1942 zijn hier sjoeldiensten gehouden door Rabbi de Wolff. Daarna was het definitief afgelopen. De joden werden gedeporteerd en vermoord, de synagoge werd leeg geroofd.
Het gebouw heeft 10 jaar leeggestaan, 15 november 1952 werd de synagoge verkocht door het N.I.K aan de Unie van Baptisten Gemeenten. En vanaf dat moment tot eind 2009 is het baptistengemeente. Toen kocht de SAS samen met de woningstichting van Alckmaer het gebouw terug. Sedert 15 december 2011 is het gebouw weer als sjoel in gebruik. Naast de sjoel is er een aparte multifunctionele ruimte gemaakt voor allerlei activiteiten. Het rabbijnenhuisje en het schooltje zijn inmiddels omgevormd tot woonhuis en worden verhuurd aan particulieren. Het mikwe is nog steeds te bezichtigen achter de sjoel.

Onze Architecten aan het Woord

De ontwerpers van het sjoel-interieur aan het woord:
Twee en een half jaar geleden, in de zomer van 2009, waren Loes Citroen en Gerda Ephraïm samen met een paar andere leden van de SAS op excursie naar de Gerard Doustraatsjoel in Amsterdam, waar wij tien jaar eerder de restauratie hadden ontworpen en begeleid. Een sfeer zoals in deze laat 19e eeuwse Amsterdamse verenigingssjoel was er ooit ook in Alkmaar geweest en zou op de een of andere manier moeten terugkomen, ook al was daarvan in de Baptistenkerk die er na de oorlog in terechtgekomen was bijna niets meer aanwezig en ook al bestond er nog maar een enkele vage krantenfoto van hoe de sjoel er vroeger van binnen had uitgezien. Van de voorgevel waren er nog wel foto’s maar het was onduidelijk hoe de sjoel in 1942 was geweest, op het moment dat de joodse bevolking van Alkmaar uit de stad werd verdreven.
De SAS vroeg ons om de bouwcommissie aan te vullen en te helpen de sjoel opnieuw een gezicht en sfeer te geven die aan de vroegere situatie zou herinneren. Daarbij zouden we moeten samenwerken met Rob van Baalen, de architect die voor woningbouw coöperatie Van Alckmaer de restauratie van het hele synagogecomplex (dus inclusief rabbijnenhuisje en het vroegere schooltje) onder handen had.
Het is een goede samenwerking geworden, waarbij wij ons concentreerden op de sjoel zelf, en Rob van Baalen de nieuwe multifunctionele ruimte naast de sjoel tekende. Door die samenwerking is bijvoorbeeld een gedeelte van de multifunctionele ruimte uitgevoerd als soeka, waarbij het dak kan openschuiven en is er op de verdieping een in het plan geïntegreerde boekenwand gekomen.

Wat de gevel betreft maakten we ons samen sterk voor herbouw van de dakkapel die tot ca. 1970 aanwezig was geweest en voor het opnieuw aanbrengen van de hebreeuwse teksten op de gevel. In de sjoel werkten we aan het herstel van de arke die ten behoeve van de kerk was uitgebroken en van de ingangshal die tijdens de Baptisten niet veel meer dan een rommelhok was geworden, ook voor het maken van een trap die op een logische en prettige manier toegang zou geven tot de vroegere vrouwengalerij die we in bruikbare staat wilden herstellen. In de hal zou ook het namenmonument moeten komen.
Voor de indeling van de sjoel hadden we behalve de al genoemde foto ook een plattegrondtekening uit het begin van de 19e eeuw waaruit de plaats en afmeting van bima en aron kon worden afgeleid.
We stelden voor om de kerkbankjes met individuele plaatsen en lessenaars die op foto en tekening te zien waren niet opnieuw aan te brengen, omdat de sjoel op een andere manier gebruikt zou worden dan voor de oorlog. Toen was de sjoel louter een gebedshuis geweest, nu zou het gebouw misschien wel vaker ook voor andere culturele doeleinden (zoals concerten) moeten dienen. Daarom wilden we het interieur niet vol zetten met banken, maar er losse stoelen neerzetten, met aan de zijwanden zitbanken die structuur aan de ruimte moesten geven. Om zoveel mogelijk zitruimte te krijgen, vooral in de smalle stukken aan weerszijden van de bima, hebben we in plaats van verwarmingsradiatoren voor plintverwarming gekozen, met roosters langs alle wanden, die onopvallend zijn opgenomen in het geheel van vloer en lambrisering.
De arke zou een front krijgen, verwant aan het neoclassicistische front uit de 19eeeuw dat er moet zijn geweest, maar waarvan we niet precies wisten hoe het eruit heeft gezien. We wilden proberen de vroegere sfeer op te roepen met het vakmanschap en de middelen van onze tijd, zonder oude vormen en onderdelen van het interieur te kopiëren. Dit is goed te zien in de opzet van arke en bima, de verlichtingsornamenten en de lessenaar voor de arke.

Al deze elementen vormen door de gekozen afmetingen, vorm en kleur een samenhangende sfeer: witte wanden en donkere meubels onder een grijsblauw plafondgewelf. Andere blauwen: donkerblauwe hekken bij de galerij en het driehoekige timpaan bovenin de arke in helder blauw en indigo. Een rustige uitgebalanceerde sfeer verlevendigd door de felle kleuren van de ronde ramen in voor- en achtergevel. (Het patroon van het raam in de voorgevel is gebaseerd op de historische foto, van het raam in de achtergevel was een nog aanwezig plafondrooster het uitgangspunt, de kleuren zijn gekozen in nauw overleg met ontwerpster Gerda Ephraïm).
Een nieuw element vormden de educatieve kastjes langs de wanden. Op deze kastjes werden – in hebreeuws en in Nederlandse vertaling – de namen van de 12 stammen van Israël geplaatst met glasvlakjes in de kleuren die volgens de overlevering bij deze stammen hebben gehoord. De kastjes kunnen worden geopend en bieden dan plaats aan wisselende educatieve tentoonstellingen. Het idee is verwant aan de traditie van veel synagoges die 12 ramen hebben waarop de namen en symbolen van de 12 stammen aanwezig zijn. In Alkmaar is deze traditie gevolgd hoewel 12 ramen hier niet als uitgangspunt beschikbaar waren.
Bima en aron werden uitgevoerd door meubelbedrijf Cambium uit Krommenie, ofwel door Maartje van Deursen, die er met grote inzet en vakmanschap aan gewerkt heeft om de meubels precies te krijgen zoals wij ze hadden bedoeld. Voor een belangrijke opdracht als deze had ze de eiken boomstammen gereserveerd die ze al een paar jaar in haar werkplaats had liggen.
De verlichtingszuilen op de twee hoofdmeubels en de lessenaar (en het Eeuwige licht) werden naar ons ontwerp gemaakt door Timo Goosen van Fraai Metaal uit Amsterdam, in goede samenwerking met de uitvoerder van de meubels waar ze bij hoorden.
De educatieve kastjes werden – ook weer volgens onze tekeningen en in nauwe samenwerking – gemaakt door Ruud Zwitser, een van de actieve leden van de SAS, de 12 zitbanken (6 boven en 6 beneden) door fa. Kakes, hoofdaannemer van het project, het schilderwerk van de meubels op uitstekende wijze uitgevoerd door schilder Moshen.

De belettering was een hoofdstuk apart. De uitvoering was in handen van Leonieke Polman en haar vader, beide fijnschilders die ervaring hadden o.a. in historische kerkgebouwen. Zowel de teksten op de voorgevel als de teksten in het gebouw, op wanden, educatieve kastjes en op de arke, is door hen met grote precisie uitgevoerd, nadat wij de teksten grafisch hadden verzorgd (de letters in het interieur door ons gekozen, de letters op de gevel door ons opnieuw getekend). En ook de keuze van de tekst zelf was uiteindelijk onderdeel van onze opdracht. Op de gevel had oorspronkelijk in het hebreeuws gestaan: ‘de roem van dit huis zal groot zijn, groter dan van het eerste – 2.9’ en de twee laatste Nederlands letters waren te onderscheiden van de naam Haggai, de ‘kleine profeet’ van wie deze bijbelse spreuk afkomstig was. Op de historische foto waren de andere letters van zijn naam niet te lezen omdat een gebouw aan de overkant van de sjoel ervoor stond. In de loop van de tijd waren bij het overschilderen fouten ontstaan in de hebreeuwse tekst en was ook niet goed meer te ontcijferen wat het hebreeuwse jaartal was dat met puntjes op de letters was aangegeven (het z.g. chronogram).
We hebben dat allemaal naar eer en geweten gecorrigeerd. Maar wat had er nu boven de arke gestaan? De stenen tafelen met de 10 Geboden zijn meestal wel boven op een arke te vinden, dus dat hebben we hier ook gedaan, in bladgoud op indigoblauw. Maar welke tekst moest er komen? Ook hier heeft Haggai ons geholpen. Want Haggai 2.9 op de voorgevel is niet de hele tekst van de profeet. Het vervolg van zijn uitspraak in Tenach (het Oude Testament) is: ‘en op deze plaats zal ik vrede brengen spreekt de Eeuwige tsewaot (de heer der heerscharen)’. Samen vormen de teksten op de gevel en boven de arke nu een samenhangend geheel, dat naar we hopen voor de herbouwde synagoge van Alkmaar tot in lengte van jaren zal blijven gelden.

Izak en Cootje Salomons (Salomons architecten)
januari 2012